Gids laboratoriumbalansen: een labobalans kiezen en gebruiken

Kies een laboratoriumbalans op basis van de kleinste hoeveelheid die u betrouwbaar moet wegen, niet de grootste. Afleesnauwkeurigheid, herhaalbaarheid en het minimumgewicht bepalen of een resultaat geldig is; de capaciteit bepaalt alleen de bovengrens.
Luminix Health is een Europese leverancier en distributeur van laboratorium- en ziekenhuisbenodigdheden, met 150.000+ producten van gevestigde fabrikanten en levering in heel Europa in twee tot vijf dagen indien op voorraad.
Onderdeel van de Luminix Health Laboratoriumgids. Gratis download, geen formulier: Laboratoriumgids (pdf).
Laatst bijgewerkt: 24 oktober 2026
Welk type balans heeft u nodig?
| Type | Typische afleesnauwkeurigheid | Typische capaciteit | Typisch gebruik |
|---|---|---|---|
| Micro / ultramicro | 1 µg tot 0,1 µg | Tot ongeveer 10 g | Filters, deeltjes, farmaceutische microdosering |
| Semi-micro | 0,01 mg | Tot ongeveer 220 g | Referentiestandaarden, kleine monstermassa's |
| Analytisch | 0,1 mg | Tot ongeveer 320 g | Standaarden en reagentia bereiden, gravimetrie |
| Precisie (bovenschaal) | 1 mg tot 0,1 g | Tot ongeveer 30 kg | Media, buffers, formulering, kwaliteitscontrole |
| Tafel- en vloerweegschalen | 1 g en grover | Tot enkele tonnen | Goederenontvangst, afval, grote batches |
Typische waarden ter oriëntatie; controleer altijd het datablad van de fabrikant. Bronnen: zie Officiële bronnen hieronder.
Afleesnauwkeurigheid is geen juistheid
De afleesnauwkeurigheid (d) is de kleinste stap op het display. De echte grens is de herhaalbaarheid: de spreiding van herhaalde wegingen van dezelfde last. Vuistregel: de monstermassa moet ruim boven het minimumgewicht van de balans liggen, dat u afleidt uit de ter plaatse gemeten herhaalbaarheid en uw vereiste tolerantie. Wie 5 mg weegt op een analytische balans met 0,1 mg afleesnauwkeurigheid, heeft voor een referentiestandaard vaak een te grote relatieve onzekerheid; een semi-microbalans is dan de betere keuze.
Geijkte balansen
Bepaalt een massa een prijs, een medische behandeling, een apotheekbereiding of een juridische beslissing, dan vereist de EU een geijkt niet-automatisch weegwerktuig volgens Richtlijn 2014/31/EU. Zulke balansen dragen de CE-markering, de groene M-metrologiesticker en een nauwkeurigheidsklasse: I (bijzonder), II (fijn), III (middelfijn) of IIII (grof). Analytische balansen zijn meestal klasse I, precisiebalansen klasse II. Voor routineonderzoek vragen auditors doorgaans een kalibratiecertificaat volgens ISO/IEC 17025.
Opstelling, kalibratie en dagelijkse controle
- Plaats de balans op een stabiele, trillingsvrije weegtafel, weg van deuren, ventilatieroosters en direct zonlicht.
- Laat de balans na het inschakelen opwarmen en zet ze waterpas met het ingebouwde libel.
- Gebruik interne justering waar mogelijk en controleer dagelijks of voor elke reeks met een gekalibreerd testgewicht.
- Gebruik een tochtkap en antistatische maatregelen voor poeders en kunststoffen.
- Laat de balans op een vast interval kalibreren, meestal jaarlijks, en bewaar het certificaat bij uw kwaliteitsdossier.
Veelgestelde vragen
Hoe vaak moet een laboratoriumbalans gekalibreerd worden?
De meeste labo's kalibreren minstens jaarlijks volgens ISO/IEC 17025 en doen dagelijks of voor elke weegreeks een korte controle met een testgewicht. Verhoog de frequentie na verhuis, herstelling of intensief gebruik.
Wat is het verschil tussen kalibreren en justeren?
Kalibreren vergelijkt de aflezing met een referentiegewicht en documenteert de afwijking. Justeren past de balans aan zodat de aflezing weer overeenkomt met de referentie. Interne justering vervangt geen externe kalibratie.
Heb ik een geijkte balans (klasse I of II) nodig?
Alleen als het weegresultaat juridische of commerciële gevolgen heeft, bijvoorbeeld bij apotheekbereidingen of verkoop per gewicht. Voor onderzoek en kwaliteitscontrole volstaat meestal een gekalibreerde balans met certificaat.
Welke balans heb ik nodig om ongeveer 10 mg te wegen?
Kies op minimumgewicht, niet enkel op afleesnauwkeurigheid. Het minimumgewicht volgt uit de herhaalbaarheid die ter plaatse gemeten wordt (zie Ph. Eur. 2.1.7 of USP <41>); voor ongeveer 10 mg heeft u doorgaans minstens een analytische balans (0,1 mg) nodig, en vaak een semi-microbalans (0,01 mg).
Heb ik een windkap of een antistatische kit nodig?
Een windkap is nodig vanaf een afleesnauwkeurigheid van 1 mg en fijner; analytische en semi-microbalansen hebben er een ingebouwd. Statische lading op kunststof recipiënten of droge poeders geeft verlopende waarden, vooral bij lage luchtvochtigheid: een ionisator of antistatische kit lost dit op.
Interne of externe kalibratie: wat is beter?
Interne justering gebruikt een ingebouwd gemotoriseerd gewicht en corrigeert automatisch na temperatuurwijzigingen. Externe justering gebruikt gecertificeerde gewichten. In beide gevallen blijft periodieke kalibratie met herleidbare gewichten binnen uw kwaliteitssysteem nodig.
Bestellen uit de Luminix Health-catalogus
Offerte nodig voor meerdere artikelen of een raamcontract? Stuur uw lijst naar sales@luminixhealth.com.
