Type 90 safety storage cabinet, chemical cabinet, spill sump and safety can for laboratory chemical storage

Laatst bijgewerkt: 2 november 2026

Kort antwoord: Opslag van chemicaliën in het labo betekent in de EU: stoffen scheiden per CLP-gevarenklasse (Verordening (EG) nr. 1272/2008), brandbare vloeistoffen in veiligheidskasten volgens EN 14470-1 en gasflessen in kasten volgens EN 14470-2 bewaren, en opvangbakken en correcte etiketten gebruiken, zoals de risicobeoordeling onder Richtlijn 98/24/EG vereist. Bij een goede opslag van chemicaliën in het labo bewaart u de kleinst mogelijke hoeveelheid, scheidt u onverenigbare stoffen per gevarengroep, staan brandbare vloeistoffen in een veiligheidskast getest volgens EN 14470-1, en zijn elke verpakking en elke opslagplaats gemarkeerd. Het EU-recht legt de principes vast: Richtlijn 98/24/EG vereist opslag, behandeling en scheiding van onverenigbare chemische agentia op basis van een risicobeoordeling, CLP bepaalt de etiketten, en rubriek 7.2 van elk veiligheidsinformatieblad geeft de opslagvoorwaarden voor dat product.

→ Bekijk veiligheidskasten voor brandbare stoffen en chemicaliën

De opslag van chemicaliën in het labo is het georganiseerd bewaren van gevaarlijke chemicaliën in kasten, op rekken of in een aparte opslagruimte, zodat onverenigbare stoffen niet met elkaar kunnen reageren, lekken worden opgevangen, het brandrisico beperkt blijft en elke verpakking herkenbaar is. Dat geldt voor reagentia en oplosmiddelen, maar ook voor afval dat op ophaling wacht.

  • VIB (SDS): veiligheidsinformatieblad. Rubriek 7.2 geeft de voorwaarden voor veilige opslag, met inbegrip van onverenigbaarheden; rubriek 10.5 vermeldt de materialen waarmee het product onverenigbaar is.
  • CLP: Verordening (EG) nr. 1272/2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking, die de gevarenpictogrammen (GHS01 tot GHS09), gevarenaanduidingen (H) en veiligheidsaanbevelingen (P) vastlegt.
  • Onverenigbare stoffen: stoffen die met elkaar kunnen reageren en zo brand, een explosie, warmte of het vrijkomen van giftige of ontvlambare gassen veroorzaken.

Andere termen vindt u in onze woordenlijst en bij de afkortingen.

Wat het EU-recht vereist voor de opslag van chemicaliën in het labo

Richtlijn chemische agentia. Volgens Richtlijn 98/24/EG beoordeelt de werkgever eerst de risico’s van de aanwezige gevaarlijke chemische agentia, met de informatie uit de veiligheidsinformatiebladen (artikel 4, lid 1). Die risico’s worden vervolgens beperkt, onder meer door de hoeveelheid chemische agentia op de werkplek te beperken tot het minimum dat voor het werk nodig is, en door passende werkmethoden voor het veilig hanteren, opslaan en vervoeren van gevaarlijke chemische agentia en afval (artikel 5, lid 2). Artikel 6, lid 6, is de kern voor de opslag: de werkgever neemt technische en organisatorische maatregelen, „waaronder begrepen opslag, behandeling en scheiding van onverenigbare chemische agentia”, en voorkomt in volgorde van prioriteit gevaarlijke concentraties van ontvlambare stoffen, vermijdt ontstekingsbronnen en beperkt de gevolgen van brand of ontploffing. Maatregelen voor ongevallen en noodsituaties (artikel 7) en voorlichting en opleiding van werknemers, met toegang tot de veiligheidsinformatiebladen (artikel 8), vervolledigen het geheel.

Etiketten. Het CLP-etiket op de oorspronkelijke verpakking is de eerste bron van opslaginformatie: de gevarenpictogrammen en de veiligheidsaanbevelingen vertellen u waarvan het product weg moet en hoe het bewaard wordt. Typische opslagaanbevelingen zijn P403+P233 „Op een goed geventileerde plaats bewaren. In goed gesloten verpakking bewaren.” en P405 „Achter slot bewaren.” (Verordening (EG) nr. 1272/2008, artikel 17 en bijlage IV).

Veiligheidsinformatieblad. Bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 (REACH), vervangen bij Verordening (EU) 2020/878, verplicht dat rubriek 7.2 van het VIB de voorwaarden voor veilige opslag beschrijft, met inbegrip van onverenigbaarheden, ventilatie, specifieke ontwerpen voor opslagruimten of -tanks (zoals keermuren), hoeveelheidsbeperkingen en de geschiktheid van verpakkingen. Rubriek 10.5 vermeldt de families van stoffen, zoals water, lucht, zuren, basen en oxiderende stoffen, waarmee het product gevaarlijk kan reageren. ECHA licht deze vereisten toe op haar pagina over veiligheidsinformatiebladen (Engelstalig).

Signalering en markering van recipiënten. Richtlijn 92/58/EEG, gewijzigd bij Richtlijn 2014/27/EU, vereist dat plaatsen, lokalen of afgesloten ruimten voor de opslag van aanzienlijke hoeveelheden gevaarlijke stoffen of mengsels worden aangegeven met een passend waarschuwingsbord, tenzij de etikettering van de afzonderlijke verpakkingen volstaat (bijlage I, punt 12). Recipiënten die op het werk en voor de opslag van gevaarlijke stoffen worden gebruikt, krijgen de relevante CLP-gevarenpictogrammen (bijlage III, punt 1). De richtlijnen leggen minimumvoorschriften vast: de nationale wetgeving van elke lidstaat kan details toevoegen, zoals maximale hoeveelheden per lokaal. Neem uw nationale regels dus mee in de risicobeoordeling.

Chemicaliën scheiden per gevarengroep

Scheiden betekent dat stoffen die met elkaar kunnen reageren uit elkaar worden gehouden, door afstand, door een aparte kast of een apart compartiment, of door een aparte opvangbak, zodat een gebroken fles of een lek ze niet met elkaar in contact brengt. Sorteer uw inventaris volgens het belangrijkste gevaar op het etiket en controleer daarna rubriek 10.5 van elk veiligheidsinformatieblad voor de specifieke onverenigbaarheden: die gaan altijd voor op een algemeen schema. Alfabetisch op een rek zetten is geen scheiding.

Schema: waar brandbare vloeistoffen, zuren en basen, oxiderende stoffen, giftige stoffen en gasflessen horen

GevarengroepGHS-pictogramHoe bewarenWeg houden van
Brandbare vloeistoffenGHS02 (vlam)In een veiligheidskast getest volgens EN 14470-1; aan de werkbank alleen de hoeveelheid voor die dagOxiderende stoffen, ontstekingsbronnen, warmte
Zuren en basenGHS05 (corrosie)Geventileerde, corrosiebestendige kast, lage legborden, zuren en basen in aparte bakkenElkaar; oxiderende zuren weg van organische en brandbare stoffen
Oxiderende stoffenGHS03 (vlam boven cirkel)Aparte kast of apart compartiment met eigen opvangbakBrandbare vloeistoffen, brandbare materialen, reductiemiddelen
Acuut toxische stoffenGHS06 (doodshoofd met gekruiste beenderen)Afgesloten kast als het etiket P405 vermeldt, alleen toegankelijk voor opgeleid personeelZuren, als contact giftig gas kan vrijmaken
Stoffen die met water reagerenGHS02 met H260 of H261Droge, gesloten kast; nooit onder een gootsteen of waterleidingWater, waterige oplossingen, zuren
Gassen onder drukGHS04 (gasfles)Gasflessenkast getest volgens EN 14470-2, of een geventileerde plaats; flessen beveiligd tegen omvallenWarmte, brandbare vloeistoffen, bijtende dampen

Algemene richtlijn op basis van de CLP-gevarenklassen; het veiligheidsinformatieblad van elk product is doorslaggevend. Stoffen met meer dan één gevaar gaan naar de groep met de strengste opslagvoorwaarde.

Veelgemaakte fouten bij chemicaliënopslag

  • Te veel aan de werkbank. Richtlijn 98/24/EG vraagt de minimale hoeveelheid die voor het werk nodig is: houd aan de werkbank de hoeveelheid voor die dag en de rest in de kast.
  • Oxiderende zuren naast oplosmiddelen. Geconcentreerd salpeterzuur reageert bijvoorbeeld met veel organische stoffen.
  • Brandbare stoffen in een huishoudkoelkast. Een gewone koelkast bevat ontstekingsbronnen; brandbare stalen die gekoeld moeten worden, horen in een laboratoriumkoelkast waarvan de binnenruimte daarvoor ontworpen is.
  • Secundaire recipiënten zonder etiket. Overgegoten oplossingen en afvalcans hebben ook de gevarenpictogrammen nodig.

Veiligheidskasten voor de opslag van chemicaliën in het labo

Een veiligheidskast getest volgens EN 14470-1 beschermt brandbare vloeistoffen gedurende een bepaalde tijd tegen een brand in de ruimte, zodat mensen kunnen vluchten en de brandweer kan ingrijpen voor de inhoud bijdraagt aan de brand. Het typenummer geeft de brandwerendheid in minuten: type 30, 60 of 90. De deuren sluiten automatisch bij brand en de kast heeft aansluitingen voor technische ventilatie. Welk type u nodig hebt, volgt uit uw risicobeoordeling en uw nationale regels; type 90 is een gangbare keuze in werkruimten en labo’s. De zuiverheidsgraad verandert niets aan hoe u een gevaarlijk oplosmiddel opslaat; zie zuiverheidsgraden van reagentia uitgelegd.

KastNormGebruik
Veiligheidskast voor brandbare vloeistoffenEN 14470-1, type 30, 60 of 90 (minuten brandwerendheid)Brandbare vloeistoffen in de werkruimte, hoog of onder de werkbank
GasflessenkastEN 14470-2Gasflessen onder druk binnen het gebouw
Zuren- en basenkastGeen brandwerendheid; corrosiebestendige constructieZuren en basen, met ventilatie om bijtende dampen af te voeren
Chemicaliën- of gifkastGeen brandwerendheid; afsluitbaarNiet-brandbare gevaarlijke stoffen, stoffen met P405 op het etiket

Praktische selectiecriteria:

  • Volume en verpakkingsgroottes: tel de verpakkingen die u echt bewaart, ook afvalcans, en laat ruimte vrij op de bakken.
  • Plaats: hoge kasten voor een centrale opslag, onderbouwkasten om brandbare vloeistoffen dicht bij de werkplek te houden zonder de werkbank te overladen. Blokkeer geen vluchtwegen.
  • Ventilatie: sluit aan op een afzuigsysteem waar uw risicobeoordeling of uw nationale regels dat vereisen, en altijd bij bijtende dampen.
  • Bakken en compartimenten: een bodemopvangbak en legbordbakken vangen lekken op; aparte compartimenten maken scheiding binnen één kast mogelijk.
  • Afsluiten: nodig waar stoffen met P405 op het etiket worden bewaard.

Voorbeelden uit ons aanbod: een combinatieveiligheidskast type 90 met apart compartiment, getest volgens EN 14470-1, een veiligheidskast type 90 voor onder de werkbank, een chemicaliënkast met opvangbakken en een ingebouwde box type 30 en een kast uit polypropyleen voor zuren en logen.

Gasflessen

Gasflessen onder druk horen niet in een kast voor brandbare vloeistoffen. Binnen het gebouw is EN 14470-2 de relevante norm voor gasflessenkasten, die geventileerd en brandgetest zijn. Staan flessen buiten een kast, bewaar ze dan op een geventileerde plaats, beveiligd tegen omvallen en weg van warmte, brandbare vloeistoffen en bijtende dampen.

Lekopvang, etiketten en waarschuwingsborden

Lekken zijn op termijn onvermijdelijk, dus elke gevarengroep hoort op een eigen bak of opvangbak. Kies de opvangbak minstens zo groot als de grootste verpakking erop, controleer in uw nationale regels het vereiste opvangvolume, en kies het materiaal volgens de inhoud: staal voor oplosmiddelen, polyethyleen of polypropyleen voor zuren en basen. Voor het overgieten en kleine werkhoeveelheden brandbare vloeistoffen beperkt een gesloten roestvrijstalen veiligheidskan met schroefdop verdamping en morsen.

Opvangbak met geperforeerd rooster, roestvrijstalen veiligheidskan en GHS-gevaarsetiketten voor chemicaliënopslag

Laat het etiket van de leverancier op de oorspronkelijke verpakking. Giet u over, markeer de nieuwe verpakking dan met de productnaam en de gevarenpictogrammen, bijvoorbeeld met een set etiketten met GHS-gevarenpictogrammen. Aan de ingang van de opslagplaats of op de kast laat een waarschuwingsbord volgens EN ISO 7010 iedereen zien wat erin staat; een informatiebord met GHS-gevarensymbolen helpt bij onthaal en opleiding.

Checklist: uw opslagplaats stap voor stap inrichten

  1. Maak een inventaris. Noteer elke stof, de hoeveelheid en de plaats, en verzamel de actuele veiligheidsinformatiebladen.
  2. Beperk. Voer vervallen en ongebruikte chemicaliën af en bestel waar mogelijk kleinere verpakkingen.
  3. Deel in. Wijs elke stof toe aan een gevarengroep op basis van het etiket en rubrieken 7.2 en 10.5 van het VIB.
  4. Kies de opslag. Een kast volgens EN 14470-1 voor brandbare vloeistoffen, een geventileerde kast voor zuren en basen, aparte plaatsen voor oxiderende stoffen, een afgesloten kast voor stoffen met P405, een kast volgens EN 14470-2 of een geventileerde, beveiligde plaats voor gasflessen.
  5. Vang op. Zet elke groep in een eigen bak of opvangbak, groot genoeg voor de grootste verpakking.
  6. Etiketteer en signaleer. CLP-pictogrammen op elke verpakking, een waarschuwingsbord aan de opslagplaats.
  7. Bereid u voor op incidenten. Spill kits, absorptiemiddelen, oogdouches en handschoenen in de buurt van de opslag, plus een noodprocedure (Richtlijn 98/24/EG, artikel 7).
  8. Leid op en evalueer. Leg het schema uit aan iedereen die de opslag gebruikt, en herzie de inventaris en de risicobeoordeling op vaste tijdstippen en na elke wijziging.

Opslag van chemicaliën in het labo: veelgestelde vragen

Mag ik brandbare en bijtende chemicaliën in dezelfde kast bewaren?

In de regel niet. Brandbare vloeistoffen horen in een brandwerende veiligheidskast, zuren en basen in een geventileerde, corrosiebestendige kast. Bijtende dampen tasten de metalen onderdelen van een brandwerende kast aan, en sommige zuren reageren met organische oplosmiddelen. Sommige combinatiekasten hebben gescheiden, afzonderlijk geventileerde compartimenten; controleer rubriek 7.2 en rubriek 10.5 van elk veiligheidsinformatieblad voor u iets combineert.

Heb ik in het labo een brandwerende veiligheidskast nodig voor brandbare vloeistoffen?

Richtlijn 98/24/EG verplicht u om gevaarlijke concentraties van ontvlambare stoffen te voorkomen en ontstekingsbronnen te vermijden, maar schrijft geen kasttype voor. In de praktijk is een veiligheidskast getest volgens EN 14470-1 de gangbare manier om brandbare vloeistoffen in een werkruimte te bewaren. Nationale regels in veel lidstaten bepalen de hoeveelheden en het type (30, 60 of 90 minuten), dus uw risicobeoordeling beslist.

Hoe bewaar ik zuren en basen?

Bewaar zuren en basen in aparte bakken of compartimenten, in een geventileerde kast uit corrosiebestendig materiaal, op lage hoogte. Houd oxiderende zuren weg van organische stoffen en brandbare vloeistoffen, en zuren weg van stoffen die bij contact met zuren giftige gassen vrijmaken. Zet elke groep in een eigen opvangbak, zodat een lek de andere groep niet kan bereiken.

Welke chemicaliën moeten achter slot?

Stoffen en mengsels met veiligheidsaanbeveling P405, „Achter slot bewaren”, op het etiket bewaart u zo dat alleen bevoegde personen erbij kunnen. P405 wordt vaak toegekend aan acuut toxische stoffen (cat. 1–3) en sommige CMR- en STOT-stoffen; controleer altijd het etiket (CLP bijlage IV). Een afsluitbare kast of een afgesloten opslagplaats met een register van wie toegang heeft, volstaat in de meeste labo’s.

Wat is het verschil tussen een veiligheidskast type 30 en type 90?

Het getal is de geteste brandwerendheid in minuten volgens EN 14470-1. In de normbrandproef blijft de temperatuur in een kast type 30 minstens 30 minuten onder de kritische grens, in een kast type 90 minstens 90 minuten. Uw risicobeoordeling en de nationale regels bepalen welk type u nodig hebt.

Heeft elke opslagplaats voor chemicaliën een waarschuwingsbord nodig?

Volgens Richtlijn 92/58/EEG, gewijzigd bij Richtlijn 2014/27/EU, moeten plaatsen, lokalen of afgesloten ruimten voor de opslag van aanzienlijke hoeveelheden gevaarlijke stoffen of mengsels worden aangegeven met een passend waarschuwingsbord, tenzij de etikettering van de afzonderlijke verpakkingen of recipiënten daartoe volstaat. Worden verschillende gevaren samen opgeslagen, dan mag het bord „algemeen gevaar” worden gebruikt.

Hoe Luminix Health u kan helpen

Luminix Health is een Europese leverancier en distributeur van laboratorium- en ziekenhuisbenodigdheden, met een catalogus van 150.000+ producten in kleine of grote hoeveelheden. Voor de opslag van chemicaliën omvat ons aanbod veiligheidskasten en opslag van gevaarlijke stoffen, met veiligheidskasten voor brandbare stoffen en chemicaliën, toebehoren voor kasten, opvangbakken en vatenopslag, GHS- en gevaarsetiketten en veiligheidsborden. Voor hantering en afval zijn er cans en jerrycans, afvaldoppen en veiligheidstrechters voor oplosmiddelen, absorptiemiddelen en spill kits, oogdouches en chemisch bestendige handschoenen. Wij leveren in de hele EU in twee tot vijf dagen indien op voorraad. Meer praktisch advies vindt u in onze laboratoriumgidsen; lees ook hoe u een laboratoriumautoclaaf kiest en IVD, RUO of algemeen laboratoriumgebruik. Plant u een nieuwe opslagplaats voor chemicaliën of vervangt u kasten? Stuur uw inventaris en de indeling van het lokaal naar sales@luminixhealth.com of gebruik onze offerteaanvraag, en we stellen samen met u de juiste combinatie voor.

Praktische updates over labobenodigdheden, regelgeving en nieuwe productlijnen? Volg Luminix Health op LinkedIn.

Bronnen

EU-recht

  • Richtlijn 98/24/EG betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen risico’s van chemische agentia op het werk, EUR-Lex: artikelen 4, lid 1, 5, lid 2, 6, lid 6, 7 en 8
  • Richtlijn 92/58/EEG betreffende de minimumvoorschriften voor de veiligheids- en/of gezondheidssignalering op het werk, EUR-Lex: bijlage I, punt 12, en bijlage III, punt 1
  • Richtlijn 2014/27/EU tot wijziging van Richtlijn 92/58/EEG en andere richtlijnen om deze aan te passen aan Verordening (EG) nr. 1272/2008, EUR-Lex
  • Verordening (EG) nr. 1272/2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels (CLP), EUR-Lex: artikel 17, bijlage IV en bijlage V
  • Verordening (EG) nr. 1907/2006 (REACH), EUR-Lex: bijlage II, vervangen bij Verordening (EU) 2020/878, rubrieken 7.2 en 10.5

Normen

  • EN 14470-1:2023, Fire safety storage cabinets – Part 1: Safety storage cabinets for flammable liquids
  • EN 14470-2:2006, Fire safety storage cabinets – Part 2: Safety cabinets for pressurised gas cylinders
  • EN ISO 7010:2020, Graphical symbols – Safety colours and safety signs – Registered safety signs (ISO 7010:2019)

Officiële Engelse titels; van deze normen bestaat geen officiële Nederlandstalige versie.

Richtsnoeren

  • ECHA: Safety data sheets (Engelstalig)
  • EU-OSHA: Gevaarlijke stoffen
Chemical storage, Eu legislation, Hazardous substances, Lab safety